Olga Rozanova (1886 – 1918) | ‘Alle abstracte kunst komt voort uit liefde voor kleur’

Karina Groot mei 2021

Olga Rozanova, Non-figurative compositie (Vlucht van een vliegtuig), 1916. Kunstmuseum, Samara.

De Russische constructivist Alexander Rodtsjenko (1891 – 1956) richt zich in één van zijn manuscripten tot Olga Rozanova met de woorden: ‘Was jij het niet die de wereld wilde verlichten in watervallen van kleur? Was jij het niet die voorstelde om kleurcomposities in het luchtruim te projecteren…je dacht eraan kleur te creëren met licht.’

Olga Rozanova – de kunstenaar die tot op heden ontroert en betovert met haar alom geprezen kleurcomposities – wordt geboren in 1886 in de stad Melenki in Centraal Rusland. Eerst studeert ze kunst in Moskou, later in St Petersburg. Ze maakt zich het Franse kubisme en het Italiaanse futurisme eigen en ontwikkelt zich tot een belangrijk figuur binnen het Russische kubo-futurisme. Aan het einde van haar korte leven omarmt Rozanova het suprematisme, wat resulteert in enkele magische meesterwerken.

Kunstenaarspaar
In St Petersburg is Rozanova actief lid van Sojoez Molodezji (Unie van de Jeugd), een vereniging voor jonge avant-garde kunstenaars. Ze illustreert de verenigingsalmanak van 1913 en neemt deel aan de eerste tentoonstelling van 1912-1913. Rozanova komt er in contact met talloze vooruitstrevende kunstenaars zoals Kazimir Malevitsj, Michael Matjoesjin, Natalja Gontsjarova en Michael Larionov. Ook ontmoet ze er Aleksej Kroetsjonych, de futurische dichter en bedenker van zaum (een abstracte klankpoëzie waarin de expressieve kracht van woorden ontstaat door ze te ontdoen van hun logische betekenis en ze op te breken in stukjes). Al snel vormen ze een kunstenaarspaar.

Dissonante en contrasterende kleuren en klanken
Rozanova illustreert verschillende kubo-futuristische boeken van Kroetsjonych, zoals Te li le (1914) en Zaumnaja gniga (1915), waarvan respectievelijk Velimir Chlebnikov en Aljagrov co-auteurs zijn. Voor het album Oorlog (1916) vult ze Kroetsjonychs poëzie aan met gekleurde linosneden en collages en ontwerpt ze een (eerste) suprematistische omslag in een eenvoud van vormen (rechthoek, vierkant, cirkel en driehoek) en kleuren (wit, blauw en zwart). Rozanova’s composities vertonen vaak dissonante en contrasterende kleurencombinaties: donker en licht, warm en koud, harmonieus en atonaal. Dissonant en contrasterend zijn ook de klankcombinaties, die ze laat weerklinken in haar (zaum)poëzie.

In 1914 reist Rozanova naar Rome om er deel te nemen aan de Prima Esposizione Libera Futurista Internationale. Ze toont er pagina’s uit Te li le en een aantal futuristische werken, waaronder Man in de straat(1913). De leider van de Italiaanse futuristen, Filippo Marinetti, heeft dit schilderij al aangekocht vóórdat de tentoonstelling opent.

‘De enige ware suprematist’
In 1915 exposeert Rozanova op de spraakmakende Laatste Futuristische Tentoonstelling, 0.10 in St Petersburg. Malevitsj onthult er zijn mystieke, non-figuratieve stijl van schilderen die hij het suprematisme noemt. Het publiek choqueert hij door zijn Zwart vierkant (1915) hoog in een hoek van de ruimte te hangen, een plek die in Russische huiskamers uitsluitend is bestemd voor de heilige icoon. Rozanova sluit zich vrijwel direct aan bij zijn Supremus-groep om het suprematisme in verschillende kunstvormen te promoten. Malevitsj waardeert haar werk. Ondanks de verschillen tussen hen noemt hij haar zelfs ‘de enige echte ware suprematist’.

In haar artikel Cubisme, Futurisme, Suprematisme (1917), vooral gewijd aan het gebruik van kleur in abstracte kunst, schrijft Rozanova: ‘Voor Malevich is kleur en de textuur van verf het belangrijkste […] Voor mij ligt de essentie van kleur juist in zijn “non-materialiteit” […] Ik geloof dat alle abstracte kunst is geboren uit een liefde voor kleur.’

Slotakkoord
Rozanova gaat zich steeds meer richten op de spirituele en mystieke kwaliteiten van kleur en zijn onderlinge verbinding met licht. Dit resulteert in 1917 in enkele meesterlijke composities. Het zijn haar laatste werken, want in 1918 sterft Rozanova plotseling aan difterie.

Eén van haar slotakkoorden is het werk Groene Streep (Kleurenschilderij) (1917). Op een achtergrond van witte grondverf projecteert Rozanova een gekleurde, doorschijnende lichtkolom. In het midden kleuren verfstreken dik donkergroen, aan de randen ogen ze steeds lichter groen om uiteindelijk op te lossen in het wit.

Olga Rozanova, Omslag voor Oorlog van Alexej Kroetsjonych en Olga Rozanova, 1915.

Olga Rozanova, Kleurschilderij (Non-figurative compositie), 1917.

Cover: Olga Rozanova, Groene streep (Kleurenschilderij), 1917. Staatsmuseum Rostov Kremlin, Rostov.

Further Projects