Ljoebov Popova (1889 – 1924) | ‘(Vorm + kleur + textuur + ritme + materiaal + etc.) x ideologie (de behoefte om kunst te organiseren) = onze kunst’

Karina Groot mei 2021

Ljoebov Popova, Schilderkundige Architecton, 1918. Slobodskoj Museum en Centrum voor Tentoonstellingen, Slobodskoj.

Ljoebov Popova valt op tussen haar collega-kunstenaars door haar elegante en rijzige gestalte en welgestelde achtergrond. Alexander Rodtsjenko memoreert: ‘Een vleug dure parfum en mooie kleding…Popova was een kunstenaar van rijke komaf…Ze zag ons als ongeschikt gezelschap…Later, tijdens de revolutie, veranderde ze enorm en werd ze een echte kameraad.’

Popova groeit op in een gefortuneerde, intellectuele en kunstminnende koopmansfamilie in de buurt van Moskou. In 1907 volgt ze een kunstopleiding bij Stanislav Zjoekovski. Een jaar later studeert ze aan de gerenommeerde kunstschool van Konstantin Joeon en Ivan Doedin. Hier ontmoet ze haar vrienden Nadjezda Oedaltsova en Alexander Vesnin.

Kunstreizen
In de jaren die volgen maakt Popova vele kunstreizen. Ze bestudeert Russische iconen in de oud-Russische steden Pskov en Novgorod, ze verkent het symbolistische werk van Michael Vroebel in Kiev en onderzoekt kunstwerken uit de vijftiende en zestiende eeuw in Italië. Naast deze reizen maken ook verschillende theorieën van Russische en Europese filosofen indruk op Popova. De veelheid aan activiteiten overvragen Popova. Als haar vriendin Ljoedmila Proedkovskaja ook nog ernstig psychisch ziek wordt, raakt ze overspannen. Volgens haar vriend Ivan Aksenov kost deze periode ‘bijna haar leven’.

In 1912 ziet Popova voor het eerst Franse moderne kunst in een collectie van verzamelaar Sergej Sjtsjoekin. Ze gaat studeren aan de Académie de La Palette in Parijs. Vol enthousiasme omarmt ze het kubisme, dat ze uit de eerste hand leert kennen bij Henri Le Fauconnier en Jean Metzinger. In 1914 maakt ze een reis naar Italië om het Italiaanse futurisme te doorgronden.

Invloedrijke avant-gardisten
Terug in Rusland werkt Popova vooral in de Russische kubo-futuristische stijl. Tijdens belangrijke avant-gardetentoonstellingen in Moskou en St Petersburg toont ze haar schilderijen, waaronder Ruitenboer, Tramlijn V, 0.10 en Het Warenhuis. In het appartement van haar vriendin Oedaltsova bezoekt Popova bijeenkomsten, waar onder meer de avant-garde kunstenaars Alexandra Exter, Olga Rozanova, dichter Aleksej Kroetsjonych en criticus Aliagrov aanwezig zijn. Popova organiseert ook zelf ontmoetingen in haar appartement op Novinski Boulevard in Moskou. Haar vrienden van de kunstschool van Konstantin Joeon en Ivan Doedin zijn vaste gasten, evenals kunsthistorici waaronder Boris von Eding en filosoof Pavel Florenski. Zelfs Kazimir Malevitsj komt regelmatig langs.

Popova werkt een tijd lang samen met Vladimir Tatlin. Hij is een belangrijke inspiratiebron voor haar. Toch is het vooral Malevitsj die haar aanmoedigt. Ze sluit zich aan bij zijn Supremus-groep en in navolging van zijn suprematisme schildert ze nu steeds abstractere werken, waaronder de serie Schilderkundige Architectons(1915 – 1917).

Artistieke missie
In 1918 trouwt Popova met Von Eding en in hetzelfde jaar krijgen ze een zoon. Om de erbarmelijke leefomstandigheden te ontvluchten – de Russische Burgeroorlog raakt dan vooral de bevolking in de grote steden – verhuist de kunstenaar met haar gezin naar Rostov-on-Don. Daar overlijdt haar man aan buiktyfus.

Als Popova bij terugkeer in Moskou een aanstelling krijgt bij de hogeschool Vchoetemas, gaat ze een studio delen met Vesnin. Sinds hun jeugd zijn Vesnin en Popova hechte vrienden en delen ze hun artistieke missie. Iedereen weet dat ze ook een intieme relatie hebben. Natalja Vesnina, de vrouw van Alexanders broer, schrijft: ‘Vesnin werd al op jonge leeftijd verliefd op deze getalenteerde mooie vrouw. Hij bleef zijn gevoel voor haar behouden gedurende zijn hele leven, zelfs toen ze trouwde met een andere man.’

Twee revoluties
Popova maakt haar laatste schilderijen in 1922. Ze sluit zich aan bij de constructivistische denktank INKhUK. Ze richt haar aandacht nu vooral op textielontwerp en de productie van toneeldecors in een constructieve stijl. Ze ontwerpt onder meer textielontwerpen voor de Eerste Staats Textiel Fabriek en werkt aan een decor voor de theaterproductie De horens van de haan van Vsevolod Meyerhold. Ook creëert ze omslagen voor het tijdschrift LEF en verschillende boeken.

Geregeld onderstreept Popova hoe belangrijk ze het vindt om de twee revoluties – de artistieke en de sociale – te verenigen. Zo schrijft ze in haar manuscript Over een nieuwe organisatie (1921): (Vorm + kleur + textuur + ritme + materiaal + etc.) x ideologie (de behoefte om kunst te organiseren) = onze kunst.’  Op 25 mei 1924 sterft Popova aan roodvonk, twee dagen nadat haar zoon is overleden aan dezelfde ziekte.


Ljoebov Popova, Ruimtelijke kracht-constructie, 1921. Tretjakov Gallerie, Moskou. Costakis Collection.

Ljoebov Popova, Textieontwerp, ca. 1924. Privé-collectie.

Cover: Ljoebov Popova, Schilderkundige Architecton, 1917. Krasnodar District Kovalenko Art Museum, Krasnodar.

 

Further Projects